De spijsvertering bij ons pluimvee

  • Spijsverteringskanaal
  • Het spijsverteringskanaal kan worden opgevat als een buis die begint bij de snavel en eindigt bij de cloaca.

    In het spijsverteringskanaal wordt het voedsel omgezet in zeer kleine, oplosbare verbindingen, die de darmwand kunnen passeren.

    Men kan in het orgaan de volgende onderdelen onderscheiden; snavel, mondholte, keel, slokdarm, krop magen

    [klier- en spiermaag] twaalfvingerige darm, dunne darm, blindedarm, endeldarm en de cloaca.

  • Mondholte
  • Een kip mist tanden en kiezen. Het voedsel wordt dus in de mondholte niet fijngemalen [dit geschiedt later in de spiermaag].

  • In de mondholte is een zeer beweeglijke tong.
  • De kip kan de tong in zijn geheel zeer snel naar voren en naar achteren bewegen.

    Als het dier nu voedsel oppikt, komt dit op de tong terecht.

    De tong gaat zeer snel naar achteren, waardoor het voedsel als het ware achter in het keelgat wordt geschoten.

    Uitstulpingen op de tong bevorderen deze werking. In de mondholte komen de speekselklieren uit.

    Het speeksel dient om het voedsel glad te maken en om in de krop het voedsel te weken.

    Het speeksel van de kip bevat een geringe hoeveelheid spijsverteringsap [enzym]

  • Keel
  • De keel speelt een belangrijke rol bij de voedselpassage en behoort dus bij het spijsverteringskanaal.

    Omdat ook de ingeademde lucht de keel passeert, behoort de keel eveneens tot de luchtwegen.

    Het spijsverteringskanaal en de luchtwegen kruisen elkaar in de keel.

  • Slokdarm
  • De slokdarm is een gespierde buis, die het voedsel van de keel naar de krop en van de krop naar de magen brengt.

    In de slokdarm bevinden zich de slijmklieren, die de passage van het voedsel vergemakkelijken.

  • Krop
  • De krop is een zakvormige uitstulping in de slokdarm en [evenals de slokdarm] gespierd.

    In de krop wordt het voedsel opgeslagen en met behulp van het speeksel geweekt.

    Als het voedsel geweekt is volgt een samentrekking van de spieren van de krop en wordt het voedsel via de slokdarm naar de magen getransporteerd.

    Bij de duiven wordt in de krop een substantie afgescheiden die dient als voedsel voor de jongen [duivenmelk]

    Men treft nogal eens afwijkingen in de krop aan.

    Dit kan kropverlamming zijn.

    Als een dier teveel voedsel opneemt kan de krop teveel worden uitgerekt en de mogelijkheid om samen te trekken verliezen.

    De inhoud bederft dan vaak door gisting.

    Zeer veel ruw vezel kan in de krop een verstopping veroorzaken.

    Ook kan door ziekten de krop verlamd raken.

  • Magen
  • De maag bij pluimvee bestaat uit twee gedeelten: de kliermaag en de spiermaag

    Kliermaag Dit is een langgerekt orgaan. Er kan weinig voedsel in opgeslagen worden.

    De belangrijkste functie is dan ook de productie van spijsverteringssappen.

    Het spijsverteringssap dat in de kliermaag gevormd wordt is pepsine.

    Verder wordt er zoutzuur gevormd. Het zoutzuur veroorzaakt een lage zuurgraad in de spier- en kliermaag.

    Dit activeert de pepsine, maar heeft ook tot gevolg dat kalkachtige stoffen [grit] oplossen.

    Spiermaag Deze is samengesteld uit twee dikke spierschijven, die zeer hecht aan elkaar verbonden zijn.

    Inwendig is deze spiermaag bedekt met een harde hoornlaag.

    De zeer sterke spierschijven zorgen door samentrekking voor een persende en wrijvende beweging van de voedselmassa.

    Het maagkiezel fungeert daarbij als molenstenen, zodat het voedsel wordt fijn gemalen.

    Het kan voorkomen, dat de maagwerking belemmerd wordt door te weinig maagkiezel of de afwezigheid ervan.

    In het algemeen heeft maagkiezel een positieve invloed op de maagactiviteit,

    wat weer resulteert in een positieve invloed op de darmperistaltiek en enzymafscheiding.

  • Darmstelsel en spijsvertering
  • Het fijngemaakte voedsel komt uit de magen in het darmstelsel.

    In het darmstelsel wordt het voedsel verteerd. Het voedsel wordt er voortbewogen door de zgn. darmperistaltiek.

    Dit is een samen trekking van de spieren in de darmwand, die het voedsel in de darm naar achteren duwt.

    Een nauwelijks zichtbare verwijdering gaat aan de vernauwing vooraf.

    De vertering in de darm is een scheikundige omzetting van het voedsel.

    ngewikkelde onoplosbare verbindingen worden met behulp van de enzymen omgezet in zeer eenvoudige oplosbare stoffen.

    De voedselvertering in het lichaam vindt plaats door een samenspel van mechanische, fysische en chemische verbindingen.

    De chemische processen vinden plaats door de enzymwerking.

    Enzymen zijn stoffen, die in kliercellen gevormd worden, en die in de spijsverteringssappen voorkomen.

    Zij bewerkstellen chemische reacties b.v. het omzetten van zetmeel in suikers.

  • Cloaca
  • De darm eindigt in de cloaca. In de cloaca komen ook de beide urinebuizen, afkomstig van de nieren, uit.

    Dit is eveneens het geval met de eileider van de hen of de beide zaadbuizen van de haan.

    Boven de cloaca bevind zich een sterk geplooide holte,

    De beurs van Fabricius. Deze speelt een belangrijke rol bij de opbouw van antistoffen.

    Bij tal van ziekten zijn hier afwijkingen.

    De ontlasting van pluimvee is een grauwgroene, vaste massa, meestal bedekt met een witte urinelaag.

    Eenmaal per dag ontdoet het dier zich bovendien van de blinden darm ontlasting

    Piet Verhoef div. bronnen o.a. een lezing van Dr. Adr. C. Voeten